Abédi Pelé, onnavolgbare voetbalgod in Ghana

 Voor de aftrap was al bekend dat het op een enkel doelpuntje aan zou komen. Nania FC had tenminste één doelpunt meer nodig dan Great Mariners om naar de eredivisie van Ghana te promoveren. Het werden er drie. Na afloop van de laatste speelronde werd eigenaar en coach Abédi Ayew Pelé op de schouders rondgedragen om de promotie te vieren.

Abedi Pele Ayew in actie voor de Black Stars

Abedi Pele Ayew in actie voor de Black Stars

Een-en-der-tig nul tegen Okwahu United bleek net genoeg omdat omdat de concurrent elders ‘slechts’ op 28-0 bleef steken. Gelukkig voor de mannen van Abédi Pelé was de tweede helft van hun wedstrijd in Cape Coast een kwartier later begonnen dan Great Mariners tegen de Mighty Jets. Zo wist iedereen op het veld precies wat er moest gebeuren. Dertig doelpunten in drie kwartier. Reken dat voor de grap maar eens na. Dat is één doelpunt elke anderhalve minuut, inclusief het terugbrengen van de bal uit het doel naar de middenstip voor de zoveelste aftrap. Nee, beelden van deze gebeurtenissen van april 2007 bestaan er niet. Ook het radioverslag is niet volledig. Sola Ayew, de broer van Abédi, belaagde de aanwezige verslaggeefster zo ernstig dat ze de uitzending staakte.

De Ghanese voetbalbond GFA accepteerde beide belachelijke uitslagen niet en deelde flinke straffen uit. Slechts enkele maanden voordat de Afrikaanse voetbalkampioenschappen in Ghana plaatsvinden, begin 2008, komt dit omkoopschandaal op het meest ongelukkige tijdstip. Precies op het moment dat de internationale voetbalwereld haar blik op Ghana richt, wordt haar slechtste kant belicht. De bond zit er nog altijd mee in haar maag. De betrokken clubs hoeven niet op veel begrip te rekenen, maar de grootste voetballer die het land ooit heeft gekend, blijft buiten schot. Abédi Pelé leeft nou eenmaal boven de wet.

Abédi Pelé is een icoon in Ghana. Hij speelt al drie decennia op verschillende manieren een hoofdrol in het nationale voetbal. In de jaren ’80 was Abédi het grote Afrikaanse talent dat zijn land glorie bracht en de stap naar het Europese profvoetbal zette. Gedurende de jaren ’90 groeide hij uit tot een vedette, won met Olympique Marseille de Champions League en werd meervoudig Afrikaans voetballer van het jaar. In het nieuwe millenium trad hij toe tot het selecte gezelschap van invloedrijke Afrikaanse bobo’s. Zo was hij actief bij het binnenhengelen van het WK 2010 voor Zuid-Afrika en was hij tot voor kort vice-president van de Ghanese voetbalbond. Als Fifa ambassadeur tegen racisme heeft hij nog altijd wereldwijde connecties en als vice-voorzitter van de West African Football Union borgt hij ook goede contacten in de regio.

De voormalige ster laat zich in zijn land bij voorkeur aanspreken als ‘maestro’. In zijn geautoriseerde biografie is bijna een hele pagina gewijd aan de manier waarop hij aangesproken wenst te worden. Pelé moet overigens niet gezien worden als een bijnaam, het is onderdeel van Abédi’s voetbalnaam. Niet ouder dan veertien was hij toen hij in de nationale jeugdcompetitie een nederlaag voor zijn team voorkwam door een onnavolgbare solo over het het hele veld te bekronen met een fraai doelpunt. Het aanwezige publiek raakte zo in vervoering dat er over de Ghanese ‘Pelé’ werd gesproken. Na verloop van tijd is die bijnaam consequent in zijn naam opgenomen.

Vanaf het moment dat ik in Ghana woonde in 2000 en me langzaam in het voetbal aldaar verdiepte, is me nooit precies duidelijk geworden welke status hij geniet. Pas achteraf, al weer vier jaar terug, begint het plaatje een beetje overzichtelijk te worden. In de drie jaar dat ik er woonde, was er geen speler over wie er met meer respect gesproken werd. Toni Yeboah? Goede doelpuntenmaker, maar daarvan heeft het West-Afrikaanse land er wel meer. Nii Lamptey? Nooit zijn potentie waargemaakt. Van de huidige spelers komt Michael Essien van Chelsea als enige in de buurt, maar bekend staan om een harde tackle is toch iets anders dan geroemd worden om je magistrale spel. In ieder geval was Abédi Pelé tot lang na zijn actieve loopbaan de enige voetballer die in de voormalige Goudkust voor marketing doeleinden werd ingezet.

Op een zakje met vier biscuitjes zag je altijd weer het plaatje van Abédi Pelé met de bal aan de voet, armen wijd een schijnbeweging inzetten. Op het zakje stonden nooit al te kleurvaste afbeeldingen. Vaak liep het geel van het tenue nog door over de lijnen die het shirt markeren. De zwarte vlakken van de bal zweefde ook meestal net naast of onder de bal en het zwarte haar overlapte raar met het voorhoofd. Het liedje dat bij de koekjes hoort, zit me net als miljoenen Ghanezen nog altijd in mijn hoofd: Abédi Pelé Parlays Biscuit, Abédi Pelé Parlays Biscuit.Parlays

 Maar hier en nu in 2007 staat zijn reputatie toch echt ter discussie. Abédi’s vrouw Maha Ayew, die ook directeur en aandeelhouder is van Nania FC, klaagde de bond en de voorzitter van de bond aan na de eerste uitspraak waarin alle betrokken clubs naar de derde divisie werden teruggezet. De rechter verklaarde de zaak niet ontvankelijk en verwees mevrouw Ayew terug naar de beroepscommissie van de bond.

 Waarschijnlijk omdat de voetbalwereld toch meer het domein van haar echtgenoot is, voerde Abédi Pelé tegenover de beroepscommissie zelf het woord. Zijn pleidooi zou wat mij betreft gerekend kunnen worden tot een hoogtepunt van de moderne retorica. De voetbalgrootheid voerde aan dat uit het onderzoek van de disciplinaire commissie van de bond ‘was gebleken dat de eindstand wellicht wenkbrauwen deed fronzen, maar dat zeker niet wees op omkoping’. Een belangrijk argument was dat de doelman van Okwahu United in de tweede helft een strafschop stopte. Abédi daarover: ‘hoe kan een wedstrijd onsportief zijn als een doelman een strafschop tegenhoudt?’ Ook de vaststelling dat Okwahu United te laat aan de tweede helft begon, om zo kennis over de andere wedstrijd te verkrijgen was volgens Abédi ongeldig. ‘In de eerste plaats had onze tegenstander geen enkel belang in de andere wedstrijd en ten tweede is er geen enkel bewijs dat ik voor, tijdens of na afloop van de wedstrijd overleg met de tegenstanders voerde’.

Vanuit de verdediging ging ‘de maestro’ plotseling tot de aanval over. ‘Het enige mogelijke verwijt is dat we meer doelpunten maakte’. Ter afsluiting bracht hij nog zijn eigen reputatie in stelling: ‘Als de commissie dapper genoeg was geweest om te verklaren dat de eindstand verdacht kan overkomen maar niet onmogelijk gezien de omstandigheden, dan was mij deze beschaming bespaard. In dit alles krijgt Abédi Ayew Pelé de schuld. Sommigen vinden dat ik onterecht van mijn beroemdheid geniet, anderen beschouwen mij als hooghartig. Maar dat kan geen basis vormen om mij ten onrechte te straffen of erger nog: mijn spelers’.

De uitspraak van het beroep verminderde de straf voor de clubs en betrokken spelers enigszins, maar sprak de coach en eigenaar volledig vrij. In Westerse ogen riekt het wellicht naar klassenjustitie maar wanneer de allergrootste belangen er mee zijn gediend, gelden er andere overwegingen. Het internationale aanzien dat Ghana geniet van voetbalvolgers is de wortel van de nationale trots. Een boegbeeld moet daarbij nou eenmaal glanzen, stralen en al helemaal verschoond blijven van zwartmakerij. Het land verkeert niet in de situatie dat het de onderste steen boven kan keren. De financiële middelen en aandacht van de betrokken bestuurders gaan momenteel naar de aanstaande Afrika Cup en dus niet naar de integriteit van de voetbalwereld.

Ook in het maatschappelijke debat komt de zuiverheid van het voetbal niet op de eerste plaats.  Twee van de belangrijkste zaken die in de discussies rond het nationale voetbal spelen, komen beiden voort uit de haat-liefde relatie met Europa. Ten eerste worstelen de nationale trots en Europese kennis en inzichten om voorrang bij de benoeming van de bondscoach. Daarnaast gaat de aandacht van de bestuurders uit naar de touwtrekkerij om de spelers die één been in Europa en één been in Afrika hebben. Ook in deze beide zaken komen we Abédi Pelé weer tegen.

Allereerst de stoel van de bondscoach. Weinig zaken worden zo uitgebreid bediscussieerd als de vraag of voor de beste resultaten van het nationale team een Europese of een lokale bondscoach het meest geschikt is. Als je Afrikaanse kampioenschappen als uitgangspunt neemt, is de geschiedenis tot nu toe in het voordeel van de lokale coaches. Veertien keer was de winnende coach van dezelfde nationaliteit als zijn ploeg, elf keer had een buitenlander de technische leiding. Het meest succesvolle land in de Afrika Cup is Egypte, dat van de vijf overwinningen slechts één keer een buitenlander als coach had. Ghana, samen met Kameroen als viervoudig winnaar het op één na succesvolste land,  haalde zelfs al hun continentale successen met lokale coaches.

Een van de vurigste pleitbezorgers van een nationale coach is Ebo Quansah. Naast voorzitter van de Sports Writers Association Ghana is hij hoofdredacteur van Public Agenda, een gezaghebbend opinieblad. Als opinievormer die er nooit voor terugschrikt om vooraanstaande Ghanezen in publieke functies kritisch te analyseren, ziet Quansah op de stoel van de bondscoach niks liever dan een landgenoot. “Alle successen hebben we met eigen coaches gehaald.” Hij ratelt alle namen op van de coaches waarmee zijn land Afrikaans kampioen werd. Niet onvermeld laat hij de twee wereldtitels bij de junioren. Dat waren ook Ghanese coaches. “Lokale coaches begrijpen de spelers beter. Ze weten waar ze vandaan komen en hoe ze aangepakt moeten worden.”

Hoewel het laatste succes –met een coach van eigen bodem- inmiddels een kwart eeuw geleden is, is Quansah volledig van zijn gelijk overtuigd. De spelers die in Europa spelen, willen weliswaar liever een Europese coach maar dat is niet echt een probleem. De basis van het team moet volgens Quansah gewoon ook uit het eigen land komen. Hij begint te schudden van de lach als hij aan de WK kwalificatiewedstrijd Ghana-Nigeria in 2001 terugdenkt. “Elf lokale jongens hielden de toppers van Nigeria op een gelijkspel, hahaha, en dat met onze eigen coach! De Nigerianen waren vreselijk kwaad, hahaha”

Volgens Quansah is het succes van sommige buitenlandse coaches in bijvoorbeeld Kameroen juist daar wel weer enigszins te begrijpen. Kameroen is vooral een product van het Franse kolonialisme en verschilt op belangrijke punten met voormalige Engelse koloniën, zoals Ghana en Nigeria. “In Francofoon Afrika staat men veel meer open voor buitenlanders. De Franse koloniën beschouwden zich altijd meer een onderdeel van de Franse staat dan dat de Engelse kolonien zich onderdeel van het Britse rijk beschouwden. In Franstalig Afrika kunnen ze daardoor veel beter met buitenlanders omgaan dan wij hier”.

In mijn eigen Ghanese jaren kreeg ik de kans om Abédi Pelé te vragen of het weloverwogen en zelfverzekerd beleid van de Ghanese voetbalbond was om een landgenoot aan te stellen voor de Afrikaanse kampioenschappen in 2002. Daar bleek geen enkele sprake van.

Ik sprak de maestro in het gebouw van de Ghana Football Association, waar hij als bestuurslid betrokken was bij de voorbereidingen voor de Afrika Cup in Mali 2002. Op slechts een paar honderd meter van het nationale voetbalstadion leek het witgepleisterde kantoorgebouw van twee verdiepingen al jaren midden in een verbouwing. Op een paar grote stukken triplex onder de trap na, waren de ruimtes tussen de kamers en de gangen kaal. In de vergaderkamer met zware donkere meubels stond hij me te woord. Abédi oogde niet direct als een bestuurslid, gekleed in een shirt zonder mouwen en een spijkerbroek. “Onze keus voor een bondscoach is natuurlijk afhankelijk van het resultaat. Als een coach de juiste resultaten neerzet zullen wij niet veranderen. Op dit moment hebben we een Ghanese coach en we zullen zien hoe het gaat in Mali. Een coach moet technisch goed zijn, goed met spelers kunnen omgaan, kunnen motiveren maar hij moet ook discipline handhaven. Op dit moment hebben we daar wat problemen mee.”

Gevoel voor understatement viel Abédi niet te ontzeggen. De Ghanese kranten stonden een paar weken voor het begin van het toernooi in 2002 vol met berichten over de onrust in het nationale team. George Blay, destijds verdediger van Standaard Luik, ging op de dag van vertrek nog eventjes naar het enkele honderden kilometers verderop gelegen Sekondi en meldde zich pas terug toen het vliegtuig met de rest van de selectie al in de lucht hing. Volgens een woordvoerder kon Blay niet recht meer lopen, nauwelijks in volledige zinnen praten en stonk hij vreselijk naar alcohol. Gedurende het toernooi was Blay daarna trouwens één van de weinige lichtpuntjes.

 Veel tijd voor een gesprek had de bestuurder niet, liet hij vooraf al weten. Tijdens het interview liep hij een paar keer naar de vergadertafel een paar meter verderop waar twee mannen in overleg zaten. “Sorry maar ik zit ook nog in een vergadering.” In de grote bestuurskamer van de GFA zaten enkele mannen onhoorbaar te overleggen over het nationale voetbal. Aan de muur hingen de portretten van oud-voorzitters. Ook stonden er diverse diploma’s en FIFA plaquettes, ongetwijfeld als bewijs van deelname en goed gedrag tijdens een of ander toernooi. Na een paar minuten kwam de maestro weer terug. Hij gaf aan dat het nieuwe bestuur van de voetbalbond (hem incluis) eigenlijk nog maar kort geleden aantrad. De huidige coach was zogezegd een erfenis van het vorige bestuur. Een gezaghebbende coach moet de meest recente kennis van het spel hebben maar bij voorkeur ook neutraal zijn tegenover de verschillende stammen die binnen de nationale ploeg vertegenwoordigd zijn. Abédi Pelé liet geen twijfel bestaan over het ideale plaatje: een Europese coach. Sinds de betrokkenheid van Abédi heeft zijn land, op één WK-kwalificatiewedstrijd na, alleen maar Europese coaches gehad. De huidige coach is een Fransman, Claude Le Roy.

 Omgaan met buitenlanders is in de voormalige Goudkust een beladen onderwerp. Zeker wanneer een buitenlander Ghanese wortels heeft. Een eerste overwinning in het touwtrekken tussen Afrika en Europa betrof voor Ghana ‘het geval’ Quincy Owusu-Abeyie. De Nederlander met Ghanese ouders was vooral door zijn succesvolle optreden tijdens het jeugd WK in Nederland (2005) in Afrika niet onopgemerkt gebleven. Toen de aanvaller eerder dit jaar aangaf voor het senioren team van Ghana te willen spelen, stapelden de lofuitingen over deze aanwinst huizenhoog op. Niet alleen de voetbalkwaliteiten van de speler maar vooral het feit dat een ontwikkelingsland nou eens aan het langste eind trok, bracht tevredenheid.

Want de lijst van succesvolle Ghanese spelers die voor andere landen spelen is lang. En de lijst wordt steeds langer. Marcel Desailly werd geboren in Ghana maar werd in 1998 wereldkampioen met Frankrijk. Gerald Asamoah speelde voor Duitsland in 2002 nog mee in de WK finale. Alexander Tettey is dit jaar Noors international geworden,  George Boateng speelde meermaals voor het Nederlands elftal en Freddy Adu verdedigt als nieuwe Pelé de stars and stripes van de Verenigde Staten. Stuk voor stuk geboren en tenminste deels getogen in West Afrika, maar voorgoed verloren voor het nationale team.

Veel Ghanezen reageerden ongekend vurig op de geruchten over de selectie van de 17 jarige André ‘Dede’ Ayew voor een Frans jeugdteam eerder dit jaar. ‘Dede’ die net vanuit de jeugd van Olympique Marseille was doorgestroomd naar de hoofdselectie van die club was dan ook niet zomaar het zoveelste talent dat ten prooi zou kunnen vallen aan de klauwen van Europa. Nee, het betrof hier nationaal erfgoed. Hoewel André in Frankrijk is geboren, werd er in Afrika harder op de aanvallende middenvelder gerekend. André Ayew is immers de zoon van Abédi Pelé. Terwijl Nania FC in het omkoopschandaal betrokken raakte en de maestro zijn onaantastbare aanzien toch dreigde te verliezen, wees de loop der dingen toch weer op de uitzonderlijke positie die Abédi inneemt. De Franse jeugdselectie viste achter het net. Deze zomer heeft André zijn debuut gemaakt voor Ghana’s Black Stars en daarmee onomkeerbaar gekozen voor zijn vaders land.

Eerder verschenen in Hard Gras, november 2007

Advertenties

3 Responses to Abédi Pelé, onnavolgbare voetbalgod in Ghana

  1. […] dus hij is zonder twijfel echt nog geen twintig. Hij stapt in de voetsporen van zijn vader, Abedi ’Pele’ Ayew. Het grote verschil tussen vader en zoon is trouwens dat zoon met zijn land naar het WK gaat. […]

  2. […] verloren. Het nationale team leed in die jaren onder de tweespalt tussen de grote sterren Abedi Pele en Tony Yeboah. Naar het schijnt was er veel onrust in het elftal en onvrede met de […]

  3. […] helft ook nog in. Het is nog een kwestie van wachten op Jordan, de jongste (en volgens vader Abedi Pele en broer Andre de talentvolste) van de drie broers, tot de invloed van de familie Ayew optimaal […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: