Leeftijdsbedrog, hardnekkig fenomeen

maart 2, 2011

Ben Koufie bestrijdt leeftijdsbedrog

Tijdenlang kon ik niet geloven dat leeftijdsbedrog bestond. Afrikanen weten niet precies hoe oud ze zijn en daar moeilijk over doen, zou getuigen van gebrek aan flexibiliteit. Bovendien kon ik me niet voorstellen dat het zo veel voorstelt. Toch is het er en het is erg. Vaak gaat het niet om een gebrek aan exactheid. Het is grootschalig bedrog van soms wel vijf jaar, of acht jaar of nog meer.

Waarom is het eigenlijk erg?

Het is erg omdat het oneerlijk is. Het is oneerlijk voor de clubs die spelers kopen en (veel) salaris betalen, terwijl de waarde van die spelers niet op feiten berust. Het is oneerlijk voor de spelers die buiten de boot vallen omdat een fraudeur een plek inneemt. Het effect van bedrog zorgt bovendien voor een onterecht stigma voor Afrikanen die wel hun eigen leeftijd gebruiken. En last but not least staat dit bedrog de ontwikkeling van het Afrikaans voetbal in de weg. Echte jonge talenten in Afrika krijgen momenteel de kans niet omdat hun oudere broeders nationale jeugdselecties misbruiken voor hun eigen doel.

Waarom doen ze het dan?

De voetbalwereld betaalt voor talenten. Spelers zijn handelswaar en een speler van negentien heeft meer potentie dan een speler van 28. Hoeveel beter, sneller en sterker wordt een speler nog, hoeveel jaar kan een speler nog mee op het hoogste niveau? Dat zijn allemaal harde, bepalende factoren op de transfermarkt. Maar in Afrika ontbreekt een systeem dat de juiste leeftijd garandeert of zelfs maar benadert. De afwezigheid van officiële geboorteregisters maakt belastend bewijs van fraude moeilijk, om niet te zeggen onmogelijk. De beloning voor fraude is gigantisch en de kans om gepakt te worden is klein. In een klimaat waar beloning en ideale omstandigheden van fraude manifesteert is het onredelijk om uit te gaan van eerlijkheid en om bedrog als een uitzondering te zien.

Lees de rest van dit artikel »


Guardian: “Kanu is 42”, volgens Nigeriaanse bloggers

februari 24, 2010

De Britse krant the Guardian brengt voorzichtig de werkelijkheid naar boven. Een mooi begin van het artikel:

West, ver in de vijftig?

Nwankwo Kanu’s leeftijd is 33 maar in werkelijkheid is hij al 42. Obafemi Martins is niet 25 maar 32. Jay-Jay Okocha was 10 jaar ouder dan zijn officiele leeftijd tijdens zijn loopbaan.  En Taribo West, nog maar twee jaar geleden gestopt, is ver in de vijftig. Wie dat zegt? Een grote stroom bloggers op een populaire site in Nigeria.

Op het gevaar af om in herhaling te vallen, wijs ik graag op mijn eerdere artikelen over leeftijdsbedrog, onder andere door Dominic Adiyiah. Voor wie het weten wil.


Nigeriaanse sportarts: ‘Onze spelers zijn te oud’

februari 10, 2010

Volgens Ken Anugweje, Directeur van de Nigeriaanse Atletiekfederatie, betaalt Nigeria momenteel de prijs voor het leeftijdsbedrog.  De arts, belast met de portefeuille sportmedisch onderzoek, kent de sportwereld van nabij en is teleurgesteld over de resultaten van de ‘Super Eagles’ die in de halve finale verloren van Ghana. Volgens Anugweje zijn de huidige spelers te oud. Lees de rest van dit artikel »


Rivaliteit tussen Ghana en Nigeria niet nieuw.

januari 26, 2010

Ghana-fan symboliseert het gehoopte wedstrijdverloop

Ghana-Nigeria, een droomwedstrijd als halve finale voor de Afrika Cup. De twee Engelstalige West-Afrikaanse landen kennen een geschiedenis van rivaliteit op het voetbalveld. Ik maakte er kennis mee in 2001.

Het is nu nauwelijks meer voor te stellen, maar Ghana speelde voor 2006 nog nooit op een WK.  De eerste WK kwalificatie die ik van dichtbij meemaakte, was de zoveelste die mis ging voor de Black Stars. Ooit schreef ik er, bijna negen jaar geleden mijn allereerste voetbalverhaaltje over.  De rivaliteit tussen Ghana en Nigeria is uiteraard nog ouder.

Lees de rest van dit artikel »


Het Afro-pessimisme doorbroken

februari 2, 2002

 [verschenen in JOHAN, februari 2002]

GFAlogo

De ghanese voetbalbond

‘Omdat een reis van duizend mijl begint met de eerste stap, kunnen we alleen vooruit komen als we die stap maken.’ Charles Kumi Gyamfi sprak zijn poëtische woorden op een bijeenkomst van de Afrikaanse voetbalbond, de CAF. Hij reageerde op de stelling dat het Afrikaanse coaches aan ervaring ontbreekt om hun land te kunnen coachen op een WK. Gyamfi, zelf een legendarische Ghanese coach die zijn land naar drie overwinningen in de Afrika Cup leidde, is een vurig pleitbezorger van de Afrikaanse coaches.

Bij de Afrika Cup die van 19 januari tot en met 10 februari in Mali wordt gespeeld, is de helft van de zestien verantwoordelijke coaches niet-Afrikaan. Lokale coaches hebben een historische voorsprong in eindoverwinningen. Dertien keer had de coach dezelfde nationaliteit als het winnende land, negen keer had een buitenlander de technische leiding.

De verhouding tussen buitenlanders en coaches van eigen bodem op een WK ligt bij Afrikaanse landen buitengewoon scheef. Sinds 1970 heeft slechts vier keer een Afrikaan zijn land gecoacht op een WK, tegenover elf buitenlanders.Vier van de vijf Afrikaanse ploegen die in de zomer aan het WK meedoen staan zoals het er nu naar uitziet onder leiding van een buitenlandse bondscoach.

Het enige land dat in Zuid-Korea en Japan met een eigen coach wordt verwacht, is verrassend genoeg Nigeria. Nigeria heeft een turbulente geschiedenis van met name buitenlandse coaches. De grootste successen (het winnen van de Afrika Cup in ‘94, tweede ronde op een WK en olympisch goud in ’96) werden onder de Nederlanders Westerhof en Bonfrère gehaald. Daarna konden andere buitenlanders het niet waarmaken.

De huidige coach van Japan, Philippe Troussier (in Afrika bijgenaamd The White Witch Doctor) werd door Nigeria afgedankt na een succesvolle WK-kwalificatie in 1998. Hij werd vervangen door Bora Milutinovic, die nu bondscoach is van China. Een andere coach die al eens weggestuurd was na een succesvolle WK-kwalificatie met Nederland, Thijs Libregts, nam het na het WK ’98 over van Milutinovic om vervolgens weer snel plaats te maken. Bonfrère keerde weer terug in Nigeria maar kreeg vorig jaar de zak omdat de kwalificatie voor het WK 2002 uiterst moeizaam verliep.

Shuaibu Amodu is de nieuwste man aan het roer, een Nigeriaan die nog vorig jaar assistent was onder Bonfrère. Toen hij eenmaal het heft in handen had, wist de ervaren assistent WK-deelname alsnog af te dwingen. Amodu had ervaring opgedaan in ’94, ’96 en ’98 toen hij telkens voor kortere tijd waarnemend coach was. Nigeria heeft in de afgelopen 32 jaar slechts twee coaches van eigen bodem gehad, tegenover tien buitenlanders. Of Amodu echt geschiedenis gaat schrijven als eerste Nigeriaanse coach op een WK valt nog te bezien. Er is geen toezegging gedaan door de voetbalbond en met een slecht resultaat in Mali tijdens de Afrika Cup is het niet ondenkbaar dat er een nog even snel een toptrainer wordt gecontracteerd.

In Afrika zit een coach vrijwel nooit stevig in het zadel, al helemaal niet als hij zijn eigen volk leidt. De argumenten tegen een lokale coach komen meestal uit dezelfde hoek. De hoek van de Afro-pessimisten, die zeggen dat het met Afrika nooit wat wordt. Afrikaanse coaches zouden een achterstand hebben in kennis van trainingsmethoden en een gebrek aan voetbalvisie. Een punt wat daar – bij voorkeur in de informele sfeer – aan wordt toegevoegd, is van andere aard. Afrikaanse coaches ontbreekt het aan neutraliteit. De verschillende etnische groepen die Afrikaanse landen meestal binnen hun grenzen hebben, zouden volgens critici niet aangestuurd kunnen worden door iemand die één van die stammen vertegenwoordigt. De vreemde onnatuurlijke landsgrenzen in Afrika lopen dwars door bevolkingsgroepen en zijn soms de reden voor problemen tussen etnische groeperingen binnen een land.

Het Europees kolonialisme geldt als belangrijkste oorzaak van de onnatuurlijke grenzen. De oplossing voor de problemen wordt ironisch genoeg ook in Europa gezocht. Een gezaghebbende coach moet de meest recente kennis van het spel hebben en bovendien neutraal zijn. Een Europese coach voldoet aan het ideale plaatje. Het enige nadeel is het geld.

Juist de hoge salarissen van buitenlandse coaches zijn voor de tegenstanders van hun benoeming een argument om niet van hun diensten gebruik te maken. Segun Odegbami, voormalig aanvoerder van het Nigeriaanse nationale team, voormalig bestuurslid van de Nigeriaanse voetbalbond en inmiddels gezaghebbend analist meent dat het hoog tijd wordt voor Afrikaanse coaches. ‘De tijd is rijp voor Afrikanen om hun eigen nationale teams te leiden. Een paar jaar geleden dacht ik daar anders over, omdat buitenlanders meer kennis over het spel hebben. In Afrika hadden we geen ervaringen op het hoogste niveau en die kennis moesten we verkrijgen via buitenlanders. Vandaag de dag spelen er veel Afrikanen aan de top in Europa. Ze weten hoe een team georganiseerd wordt en hoe het moderne voetbal wordt gespeeld. Er zijn veel goede coaches in Afrika. Zij begrijpen de psychologie van de Afrikaanse spelers. Ze hebben de sterktes en zwaktes van de Europese teams gezien en bovenal hebben ze een grote drang om te winnen, voor hun continent. De buitenlandse coaches hebben niet dezelfde wil om te winnen, niet hetzelfde enthousiasme als hun Afrikaanse collega’s. Ze krijgen toch wel betaald en als het fout gaat, gaan ze gewoon terug naar huis.’

De psyche van de Afrikaanse speler als sleutel naar succes. Odegbami is er van overtuigd dat Bora Milutinovic tijdens het vorige WK faalde met Nigeria omdat hij het karakter van het team niet kende, niet wist wie zijn spelers waren en geen gevoel had voor de Afrikaanse manier van spelen. Het potentieel aan topcoaches in Afrika wordt met het jaar groter. De weg is lang maar begaanbaar voor Afrika. De wereld is gewaarschuwd.


Belangenstrijd in Mali, chaos in een nieuw jasje

december 28, 2001

[December 2001 verschenen in JOHAN]

Van 19 januari tot en met 10 februari wordt in Mali gevoetbald om het Afrikaans kampioenschap. Tijdens deze ‘Nations Cup’ zal wellicht voor de laatste keer gestreden worden tussen landen die al geplaatst zijn voor het WK en landen die ‘slechts’ om hoogste eer van het continent spelen.

GeorgeWeah

George Weah, in Mali voor het laatst actief voor zijn land

Met ingang van 2006, zal de uitslag van de Nations Cup bepalen welke Afrikaanse landen naar het wereldkampioenschap gaan. De overkoepelende Afrikaanse voetbalbond, CAF, denkt met haar nieuwe plan de belangenstrijd tussen nationale teams en Europese topclubs over de beschikbaarheid van spelers te verzachten. De Egyptische bondscoach Mahmoud El Gohary verwoordt het probleem eenvoudig. “Het is niet eerlijk voor clubs om hun spelers vier weken kwijt te zijn, maar het is ook niet eerlijk voor ons als ze niet komen.” Lees de rest van dit artikel »